Opleidingseisen en nieuwe wetgeving bewindvoerders

logo_PBI_Recentelijk heeft de expertgroep Curatele, Bewind, Mentorschap overleg gehad inzake de opleidingseisen, welke voortkomen uit de nieuwe wetgeving. In dat overleg is het volgende vastgesteld:

Nieuwe bewindvoerders (na 1 april 2014):
Voor nieuwe bewindvoerders geldt dat zij dienen te beschikken over:

 

·         een HBO-diploma van een passende beroepsopleiding (dus geen HBO niveau); het is onwerkbaar om genoegen te nemen met een MBO-4 diploma, omdat in dat geval een onderscheid in zaken gemaakt zal moeten worden (geen problematische schulden/verkwisting), terwijl ook bij de lichamelijke/psychische grond sprake kan zijn van problematische schulden/verkwisting en het merendeel van de zaken problematische schulden zal betreffen. De passendheid van de beroepsopleiding is ter beoordeling aan de kantonrechter van de vestigingsplaats van de bewindvoerder.

·         ten minste twee jaar werkervaring als curator of bewindvoerder; de werkervaring als curator/bewindvoerder moet opgedaan zijn in loondienst bij een bewindvoerderskantoor dat benoembaar was/is. De twee jaar werkervaring mag ook (gedeeltelijk) opgedaan zijn na 1 april 2014.

Bestaande bewindvoerders (op 1 april 2014):

Bestaande bewindvoerders dienen tenminste te beschikken over een MBO-4-diploma van een passende beroepsopleiding, danwel een diploma dat toegang geeft tot een HBO-opleiding (havo, vwo). Indien niet aan deze eis wordt voldaan, hebben bestaande bewindvoerders twee jaar de tijd (vanaf 1 april 2014) om alsnog aan deze eis te voldoen.

Bij twijfel/onduidelijkheid of sprake is van een HBO of MBO-4 diploma dient de bewindvoerder een verklaring van Duo/Nuffic over te leggen waaruit blijkt dat hiervan sprake is. Ook kan de bewindvoerder een verklaring van de school waar de opleiding is gevolgd overleggen, waarin de school bevestigt dat sprake is van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdelen d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (MBO-4) of artikel 1.1, onder d, van de Wet op het hoger onderwijs (HBO).

Er is sprake van problematische schulden bij zes of meer schuldeisers.

Begin oktober heeft de BPBI overleg met de Expertgroep CBM om onder andere over de details m.b.t. bovenstaand besluit te spreken.

Minimale opleidingseisen bestaande bewindvoerders

Bestaande bewindvoerder (vóór 1 april 2014) hebben tot 1 april 2016 de tijd om te voldoen aan alle eisen zoals gesteld in het Besluit Kwaliteitseisen wat op 31 januari 2014 is gepubliceerd in de Staatscourant en op 1 april 2014 in werking is getreden. Dit houdt onder andere in dat er voldaan moet worden aan de minimale eis van een MBO-4-diploma van een passende beroepsopleiding, danwel een diploma dat toegang geeft tot een HBO-opleiding (havo, vwo).

De BPBI is samen met ketenpartners de mogelijkheden aan het bekijken om een versneld traject, wat uitmond in een erkend MBO-4 diploma, te kunnen aanbieden aan bestaande bewindvoerders, welke nog niet voldoen aan deze minimale opleidingseisen.